HR 11 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1014
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op goederen (onder meer telefoons, USB-SD kaarten, laptops, buitenlands geld en camerarecorders) onder broer van klager t.z.v. verdenking van witwassen en heling. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. teruggave van deel van voorwerpen aan broer van klager. Rb heeft vastgesteld dat last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen is gegeven. Hieruit volgt dat, gelet op art. 134.2.a Sv, beslag al was beëindigd op moment van beslissing op klaagschrift. Dat teruggave aan beslagene en niet aan klager is gelast, doet daaraan niet af. In deze zaak is immers, nu klager niet beslagene is, niet de regeling van art. 116.3 Sv van toepassing. Daarom doet zich ook niet bijzondere geval voor waarin beklag had moeten worden opgevat als beklag over voornemen van OvJ tot teruggave aan ander dan beslagene, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden (vgl. HR:1996:AD2480). Vorenstaande brengt met zich dat middel tevergeefs is voorgesteld. Nu Rb klager terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in beklag t.a.v. deze voorwerpen, kan HR cassatieberoep van klager in zoverre niet in behandeling nemen. Klager n-o t.a.v. deel van inbeslaggenomen voorwerpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl