HR 1 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:85

Zelfstandig en met anderen in criminele organisatie gedurende meerdere jaren veelvuldig reeks frauduleuze handelingen verrichten, waarbij verdachte een leidinggevende en sturende rol heeft. Feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon meermalen begaan van oplichting (art. 326 Sr), onjuiste belastingaangifte (art. 69 AWR), bedrieglijke bankbreuk (art. 341 (oud) Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr) en als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.4 Sr). 1. Bewijsklachten. Bedrijven waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven hebben (oplichtings)gedragingen niet verricht, het zich als bonafide afnemer voordoen levert geen valse hoedanigheid op en hof heeft geen keuze gemaakt tussen tlgd. “alleen plegen” en “medeplegen”. 2. Bewijs- en kwalificatieklacht m.b.t. plegen van bedrieglijke bankbreuk. Valt “het niet meer voldoen van schulden” onder art. 341 (oud) Sr, nu geen sprake is van het niet verantwoorden van baten en/of onttrekking van goederen aan boedel? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/00439 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o) en 20/01142 (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen