HR 7 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:839

Caribische zaak. Uitlokking tot moord op Curaçaose politicus door voormalig Minister van Financiën in Curaçao in 2013. Ongeoorloofde inbreuk op onschuldpresumptie a.b.i. art. 6.2 EVRM en EU-richtlijn 2016/343/EU t.g.v. vonnis van Gemeenschappelijk HvJ in strafzaak tegen mededader en dat vonnis begeleidend persbericht? EHRM heeft in rechtspraak uiteengezet onder welke omstandigheden overwegingen van rechter in een strafproces over betrokkenheid bij tlgd. feit van niet-gelijktijdig berechte medeverdachte, gelet op onschuldpresumptie a.b.i. art. 6.2 EVRM, geoorloofd kunnen zijn. HR citeert overwegingen EHRM uit Mucha/Slowakije (nr. 69491/16). Bij beantwoording van vraag of inhoud van door justitiële autoriteit uitgebracht persbericht verenigbaar is met art. 6.2 EVRM komt betekenis toe aan in dat persbericht gebruikte bewoordingen en context waarin het persbericht is uitgebracht (vgl. EHRM Shuvalov/Estland, nrs. 39820/08 en 14942/09). V.zv. middel beroep doet op Richtlijn 2016/343/EU gaat het eraan voorbij dat deze regeling niet van toepassing is in Curaçao, dat behoort tot landen en gebieden overzee a.b.i. art. 355.2 VWEU. Hof heeft toegelicht waarom Gemeenschappelijk HvJ in vonnis in strafzaak tegen mededader gehouden was onderzoek te verrichten naar en feiten vast te stellen over relatie van die mededader tot uitvoerders van en opdrachtgever(s) tot moord. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat Gemeenschappelijk HvJ in strafzaak tegen die mededader gehouden was “to establish the facts of the case relevant for the assessment of the legal responsibility of the accused as accurately and precisely as possible”, dat het zich daarbij heeft beperkt tot informatie “necessary for the assessment of the legal responsibility of those accused in the trial before it” en dat om die reden geen sprake is van ongeoorloofde inbreuk op onschuldpresumptie. Hof heeft hierbij nog in aanmerking genomen dat gelijktijdige berechting met mededader niet mogelijk was omdat verdachte ervoor had gekozen in Venezuela te verblijven. In het licht van wat is vooropgesteld, getuigt dit oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Ook ’s hofs oordeel dat onschuldpresumptie niet is geschonden t.g.v. persbericht getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het eenpersbericht betreft dat vonnis van Gemeenschappelijk HvJ in strafzaak tegen mededader begeleidt, daarnaar uitdrukkelijk verwijst en daarvan samenvatting geeft, terwijl hof heeft vastgesteld dat waar het de rol van verdachte betreft de woordelijke inhoud en strekking daarvan in de kern niet afwijken van tekst van dat vonnis. Volgt verwerping. Samenhang met HR:2019:1697 en HR:2016:1325.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken