HR 31 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:800
Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde of andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.3 Sr en 36e.3 (oud) Sr na veroordeling t.z.v. aanwezig hebben en verkopen van hasj, gewoontewitwassen en voorhanden hebben van imitatievuurwapen, munitie en stroomstootwapen. Methode van eenvoudige kasopstelling. Beroep op EHRM-arrest Geerings/Nederland. Kon hof uitgaven van betrokkene in periode 1-1-2007 t/m 1-1-2008 als w.v.v. aanmerken, nu betrokkene in strafzaak is vrijgesproken van witwassen van diezelfde uitgaven in die periode? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/02125.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00593 P
Datum 31 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2021, nummer 23-002042-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2022.