HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:78
Herziening. Telen van hennep (art. 2.B Opiumwet, zaak A), wederspannigheid (art. 180 Sr, zaak B) en overtreding art. 2.7.2 APV Amsterdam (zaak C). Aangevoerd wordt dat sprake is van persoonsverwisseling op de grond dat in andere strafzaken die tot veroordeling van aanvrager hebben geleid Matching Autoriteit heeft vastgesteld dat sprake is geweest van persoonsverwisseling, strafbare feiten die hebben geleid tot de vonnissen waarvan herziening wordt gevraagd zijn gepleegd in dezelfde periode als feiten in die zaken en dat door verdachte geplaatste handtekeningen op stukken in zaken A en B afwijken van handtekening van aanvrager. HR constateert dat handtekeningen die op naam van aanvrager als verdachte zijn geplaatst onder p-v’s verhoor in zaken A en B, gelijkenis vertonen met handtekeningen die op naam van aanvrager als verdachte zijn geplaatst in zaken waarin door Matching Autoriteit en politieverbalisant persoonsverwisseling is vastgesteld. Die handtekeningen in zaken A en B wijken af van de handtekening van aanvrager als verdachte onder p-v verhoor in andere zaak en van de daarop gelijkende handtekening op ID-bewijs van aanvrager. Het voorgaande geeft steun aan stelling dat in zaken A en B sprake is geweest van persoonsverwisseling. Daarbij betrekt HR dat niet blijkt dat in zaken A en B de identiteit van verdachte op andere wijze is vastgesteld dan door mondelinge opgave van verdachte en (in zaak B) door getoond ID-bewijs en dat uit onderzoek naar persoonsverwisseling volgt dat ook bij een andere gelegenheid door een andere persoon dan aanvrager gebruik is gemaakt van een op naam van aanvrager gesteld identiteitsbewijs. M.b.t. zaak C houdt aanvraag in dat bewezenverklaard feit is gepleegd in dezelfde periode als feiten in de zaken waarin Matching Autoriteit persoonsverwisseling heeft vastgesteld. Het dossier in zaak C is vernietigd, zodat handtekeningenvergelijking niet mogelijk is. Gelet op samenhang met zaken A en B, de door Matching Autoriteit gevonden gegevens en consequenties daarvan in 5 andere zaken waarop herzieningsaanvraag oorspronkelijk ook betrekking had, komt HR tot het oordeel dat aanvraag ook in zaak C gegrond is. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaken naar hof. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl