HR 10 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:682
Mishandeling echtgenoot, art. 300.1 jo. 304.1.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.b Sv. Betekening oproeping nadere tz. in h.b. Oproeping geldig betekend, nu akte van uitreiking in het ongerede is geraakt, en belang bij cassatie gelet op bericht raadsvrouw? O.g.v. art. 319.2 jo. 415.1 Sv diende verdachte voor nadere tz. te worden opgeroepen. Bij de aan HR gezonden stukken bevindt zich niet de akte van uitreiking behorende bij oproeping voor die tz. Bij die stukken bevindt zich wel een brief van het hof die inhoudt dat akte van uitreiking van betreffende oproeping in het ongerede is geraakt. Dat brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat deze oproeping niet op de bij wet voorgeschreven wijze is betekend. Dit verzuim moet leiden tot nietigverklaring van betekening van oproeping in h.b. De enkele omstandigheid dat raadsvrouw het hof voorafgaand aan nadere tz. heeft bericht dat zij verdachte op de hoogte heeft gebracht van haar voornemen om niet ttz. te verschijnen en dat verdachte alsnog zelf op zitting wenst te verschijnen, brengt niet met zich dat deze nietigheid voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2011:BO4064). Uit bericht van raadsvrouw blijkt immers niet dat zij verdachte heeft geïnformeerd over plaats alsmede dag en tijdstip van nadere tz. en dat die informatie hem ook heeft bereikt. Uit de stukken blijkt ook niet anderszins van omstandigheden op grond waarvan hof, alvorens verstek te verlenen aan niet verschenen verdachte, met voldoende zekerheid heeft kunnen aannemen dat verdachte van een en ander op de hoogte was. HR verklaart betekening oproeping nadere tz. in h.b. nietig. CAG: anders t.a.v. belang bij cassatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl