HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:402
Mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f Sr). Post-Keskin, onvindbare getuige. Gebruik van getuigenverklaring voor het bewijs. Schending ondervragingsrecht? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 (post-Keskin) m.b.t. beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door feitenrechter in situatie dat verzoek betrekking heeft op getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al (in vooronderzoek of anderszins) verklaring heeft afgelegd met belastende strekking, en HR:2021:1418 m.b.t. beoordeling van vraag of is voldaan aan eisen van eerlijk proces. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat er een goede reden bestond voor het niet kunnen uitoefenen van ondervragingsrecht, namelijk dat getuige onvindbaar is gebleken. Hof heeft de eerder door getuige afgelegde verklaring over de agressieve en dwingende houding van verdachte jegens 2 aangeefsters, die getuige als au pair heeft waargenomen, gebruikt voor het bewijs. M.b.t. dit gebruik heeft hof geoordeeld dat bewezenverklaring niet in overwegende mate steunt op die verklaring, gelet op andere bewijsmiddelen, waaronder verklaring van verdachte, verklaringen van aangeefsters en whatsapp-berichten. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Kennelijk heeft hof daarnaast de omstandigheid dat deze b.m. de inhoud van de voor het bewijs gebruikte getuigenverklaring ondersteunen, in aanmerking genomen bij zijn onderzoek naar de betrouwbaarheid van die verklaring. Gelet op dit een en ander getuigt oordeel dat procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, ook zonder dat er nog andere compenserende factoren waren, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl