HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:40
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto met verborgen ruimte onder belanghebbende. Afzonderlijke rechterlijke beschikking tot onttrekking aan het verkeer van auto, art. 552f.2 Sv en art. 36b.1.4 Sr. Is inbeslaggenomen auto vatbaar voor onttrekking aan het verkeer? Met “feit” in art. 36c en 36d Sr wordt begaan strafbaar feit bedoeld. Rechter die bij afzonderlijke beschikking a.b.i. art. 36b.1.4 Sr onttrekking aan het verkeer beveelt, zal moeten vaststellen dat inbeslaggenomen voorwerp in een in art. 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot begaan strafbaar feit (vgl. HR:2022:37). Gelet hierop is oordeel Rb dat auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, ontoereikend gemotiveerd, nu beschikking niets inhoudt waaruit kan worden afgeleid dat auto in verband staat tot begaan strafbaar feit. De door Rb in aanmerking genomen omstandigheden dat in auto een verborgen ruimte is aangebracht en dat dit kennelijk tot doel had “te zorgen dat criminele activiteiten onontdekt -en dus mogelijk- blijven en/of om er voor te zorgen dat feitelijke uitvoering ervan minder risico’s voor daders oplevert en aldus wordt vergemakkelijkt” zijn niet toereikend voor dat oordeel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 21/02362 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl