HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:392

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Verdiencapaciteit. Zorgkorting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00104
Datum 18 maart 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [de vrouw],
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [de man],
advocaat: N.C. van Steijn.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

de beschikking in de zaak C/09/562795 FA RK 18-8143 van de rechtbank Den Haag van 15 juli 2019;
de beschikking in de zaak 200.267.606/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2020.

[de vrouw] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[de man] heeft een verweerschrift tot verwerping tevens houdende incidenteel cassatieberoep ingediend. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

[de vrouw] heeft zich in het incidentele cassatieberoep gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale en in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 maart 2022.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken