HR 11 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:3

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Had cassatieberoep binnen 14-dagen na verstekuitspraak hof moeten worden ingesteld, nu dagvaarding in hoger beroep volgens akte van uitreiking aan verdachte in persoon is uitgereikt maar verdachte t.g.v. Covid-19/Corona niet heeft getekend voor ontvangst van dagvaarding? Art. 36e.1.b Sv jo. art. 2 Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen en in bijlage bij Regeling opgenomen aanvulling op akte van uitreiking. In art. 432.1.a Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak als dagvaarding of oproeping om op tz. te verschijnen of aanzegging of oproeping voor nadere tz. aan verdachte in persoon is gedaan of betekend (uitgereikt). O.g.v. inhoud van akte van uitreiking bij dagvaarding in h.b. en aan die akte gehechte “aanvulling op akte van uitreiking” en in aanmerking genomen dat voor rechtsgeldigheid van die betekening een op akte gestelde handtekening voor ontvangst geen vereiste is, is dagvaarding in h.b. overeenkomstig art. 36e.1.b Sv jo. art. 2 Regeling en in bijlage bij Regeling opgenomen aanvulling op akte van uitreiking aan verdachte in persoon betekend. Daarom had o.g.v. art. 432.1.a Sv cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak van hof van 8-10-2020. Beroep is echter pas ingesteld op 27-10-2020. Dit brengt mee dat HR het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. Verdachte n-o. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen