HR 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:244

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Energierecht. Opzegging van overeenkomst tot levering van energie in verband met inwerkingtreding Splitsingswet en verlaging van kredietrating van afnemer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03255
Datum 18 februari 2022
ARREST
In de zaak van
1. BUITENGAATS C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. ZEEENERGIE C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Buitengaats c.s.,
advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland,
tegen
PZEM ENERGY B.V.,
gevestigd te Middelburg,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: PZEM,
advocaat: F.E. Vermeulen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

het vonnis in de zaak C/10/550266 / HA ZA 18-473 van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2019, hersteld bij vonnis van 26 juni 2019;
het arrest in de zaak 200.260.948/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 juli 2020.

Buitengaats c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

PZEM heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor PZEM mede door J.K.G. Meijer en C.F.B. Groot Rouwen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van Buitengaats c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;
veroordeelt Buitengaats c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PZEM begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken