HR 15 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:187
Deelname aan criminele organisatie die zich bezighoudt met bedrijfsmatig telen en verkopen van hennep (art. 11b.1 Opiumwet), voorbereidingshandelingen bedrijfsmatige hennepteelt door chemicaliën, grondstoffen en hardware bestemd voor hennepteelt voorhanden te hebben, te kopen en te vervoeren, meermalen gepleegd (art. 11a jo. 11.3 Opiumwet) en medeplegen hennepteelt (art. 3.B Opiumwet). Verbeurdverklaring van geldbedrag van € 25.500, art. 33a.1.a Sr. Is geldbedrag verkregen d.m.v. of uit baten van voorbereidingshandelingen bedrijfsmatige hennepteelt (meermalen gepleegd) a.b.i. art. 33a.1.a Sr? Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in art. 33a.1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in art. 33a.1 Sr genoemde gronden zich voordoet t.a.v. bewezenverklaard feit (vgl. HR:2020:9). Hof heeft, nu geldbedrag van € 25.500 in verband wordt gebracht met “handel in goederen bestemd voor hennepteelt”, kennelijk geoordeeld dat dit geldbedrag geheel of grotendeels d.m.v. of uit baten van het onder 2 bewezenverklaarde is verkregen en dat het daarom vatbaar is voor verbeurdverklaring. ‘s Hofs oordeel is niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen dat dit bewezenverklaarde slechts het voorhanden hebben, kopen en vervoeren betreft van dergelijke goederen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verbeurdverklaring van geldbedrag en terugwijzing. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. strafoplegging.
De uitspraak op rechtspraak.nl