HR 29 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1764

OM-cassatie. Deelname aan terroristische organisatie, art. 140a.1 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, geen rechtens te respecteren belang bij ingesteld h.b. Hof heeft OvJ n-o verklaard in zijn h.b. op de grond dat OvJ daarbij geen rechtens te respecteren belang heeft, nu Rb verdachte overeenkomstig eis van OvJ heeft vrijgesproken. De aan ’s hofs oordeel ten grondslag liggende rechtsopvatting dat OM in zijn h.b. n-o kan worden verklaard als het geen rechtens te respecteren belang heeft bij ingesteld h.b., is juist. Als OM in h.b. komt tegen een uitspraak waarbij bezwaar zich uitsluitend richt tegen de motivering en niet tegen beslissing als zodanig, betekent dat echter niet z.m. dat OM geen rechtens te respecteren belang heeft bij ingesteld h.b. Het ligt dan wel op de weg van OM om dat belang aannemelijk te maken. Bij de beoordeling van dat belang kan ook worden betrokken dat OM o.m. is belast met strafrechtelijke handhaving van rechtsorde (art. 124 RO). Namens OM is in appelschriftuur en ttz. in h.b. naar voren gebracht dat vrijspraak van verdachte door Rb berust op toepassing van “verkeerd toetsingscriterium” en dat het met h.b. wil voorkomen dat onjuist oordeel Rb ingang vindt in Nederlandse en internationale jurisprudentie. In het licht van die onderbouwing is ‘s hofs overweging dat de door OM met h.b. beoogde doelen ook op andere wijzen kunnen worden nagestreefd, niet toereikend om oordeel te dragen dat OM wegens ontbreken van rechtens te respecteren belang n-o is in het door hem ingestelde h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken