HR 18 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1471

Art. 416.2 Sv na veroordeling bij verstek t.z.v. rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Schending aanwezigheidsrecht verdachte nu oproeping voor tz. in hoger beroep aan huisgenoot, waarvan namens verdachte wordt aangevoerd dat hij deze niet kent, is uitgereikt en hof, i.h.k.v. in cassatie gestelde problemen inzake schriftelijke communicatie veroorzaakt door COVID-19-epidemie, niet heeft achterhaald waarom verdachte niet op nieuwe zittingsdag was verschenen en zaak niet heeft aangehouden? HR: art. 81.1. RO. CAG gaat in op vraag of ontbreken van handtekening voor ontvangst, gegevens over identiteitsbewijs dan wel aanvulling op akte van uitreiking in het licht van wettelijke regelgeving gevolgen heeft voor rechtsgeldigheid van betekening van oproeping in h.b. en vraag of betekening aan huisgenoot verenigbaar is met Europees recht. Samenhang met 21/04103.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01119
Datum 18 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 oktober 2020, nummer 21-000053-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C.H. Pronk, advocaat te Apeldoorn, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2022.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in

Verbonden uitspraken