HR 4 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1142

Medeplegen uitvoer van MDMA (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen uitvoer van heroïne (art. 10a.1.2 jo. 10.5 Opiumwet). Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting. Was Koninklijke marechaussee bevoegd tot opsporing? Art. 4.1 en 4.4 Politiewet 2012. Opvatting dat opsporing door de in art. 141.c Sv genoemde militairen van Koninklijke marechaussee onrechtmatig is wanneer optreden van Koninklijke marechaussee de in art. 4.1 Politiewet 2012 genoemde politietaken te buiten gaat, is onjuist. O.g.v. art. 4.4 Politiewet 2012 en gelet op wetsgeschiedenis bij art. 6.1 en 6.4 Politiewet 1993 (oud), welke regeling overeenkomt met regeling van art. 4.1 en 4.4 Politiewet 2012, zijn die militairen echter ook buiten de in art. 4.1 Politiewet 2012 genoemde politietaken bevoegd tot opsporen van alle strafbare feiten en kan opsporing buiten deze politietaken (tegenover verdachte) niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Volgt verwerping. Samenhang met 20/03765.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen