HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:930

Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Is verdachte bekend met einduitspraak Pr op het moment dat wordt begonnen met tenuitvoerlegging van de in e.a. opgelegde gevangenisstraf? Hof heeft kennelijk aangenomen dat geen sprake is van omstandigheid, vermeld in art. 408.1 Sv. O.g.v. art. 408.2 Sv moet verdachte in dat geval binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is, h.b. instellen tegen vonnis van Rb. Van ‘omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is’, is sprake als verdachte op de hoogte wordt gesteld van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b., zoals aard of zwaarte van de bij vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en) (vgl. HR:2013:BZ1940). ’s Hofs oordeel dat zich omstandigheid heeft voorgedaan a.b.i. art. 408.2 Sv is niet z.m. begrijpelijk. Aan enkele omstandigheid dat is begonnen met tul van de in e.a. opgelegde gevangenisstraf kan niet conclusie worden verbonden dat verdachte op die datum op de hoogte is geraakt van datgene wat voor hem van belang is voor besluitvorming t.a.v. instellen van h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken