HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:685

Opzettelijk vervoeren harddrugs (art. 2.B Opiumwet). Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsvrouw voorafgaand aan tz. en ttz. herhaald op grond dat verdachte wegens persoonlijke omstandigheden (langer) in buitenland verblijft, door hof afgewezen met overweging dat verzoek onvoldoende is onderbouwd. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:1737, inhoudende dat aanhoudingsverzoek kan worden gedaan door verdachte, gemachtigde raadsman of niet gemachtigde raadsman (met het oog op effectuering aanwezigheidsrecht verdachte of t.b.v. alsnog verkrijgen machtiging), dat rechter verzoek reeds - zonder dat wordt overgegaan tot afweging tussen alle bij aanhouding van onderzoek ttz. betrokken belangen - kan afwijzen op de grond dat aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is, dat rechter (als geval dat aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is zich niet voordoet) belangenafweging dient te maken tussen aanwezigheidsrecht verdachte en belang bij doeltreffende en spoedige berechting en dat rechter i.g.v. afwijzing van verzoek in motivering van zijn beslissing blijk dient te geven van deze belangenafweging. Hof heeft aanhoudingsverzoek afgewezen. Daarbij heeft hof weliswaar betrokken dat “verzoek onvoldoende is onderbouwd”, maar uit overwegingen hof blijkt niet dat hof tot oordeel is gekomen dat aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid – een (verlengd) verblijf in het buitenland wegens persoonlijke omstandigheden – niet aannemelijk is. Gelet hierop heeft hof zijn beslissing ontoereikend gemotiveerd, omdat het in de afweging tussen alle bij aanhouding van onderzoek ttz. betrokken belangen niet kenbaar de aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid heeft betrokken. Daarnaast neemt HR in aanmerking dat (i) de omstandigheid dat verdachte aanwezig is geweest bij onderzoek ttz. in e.a., niet afdoet aan zijn – door het aanwezigheidsrecht mede beschermde – belang om zaak tegenover rechter in h.b. toe te lichten, en (ii) uit enkele omstandigheid dat verdachte een advocaat uitdrukkelijk heeft gemachtigd om zich ttz. te laten verdedigen, niet mag worden afgeleid dat hij daarmee het recht om ttz. in h.b. zelf aanwezig te zijn, heeft prijsgegeven. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken