HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:634
Herziening. “Pettense campingmoord” in juli 1994. Doodslag door een ander meermalen met mes in borst te steken, art. 287 Sr. Bewezenverklaring is vrijwel uitsluitend aangenomen o.g.v. bekennende verklaringen van verdachte. Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv gelet op bij aanvraag gevoegde verklaring van getuige en rapport betreffende psychologisch onderzoek van deskundige met als conclusie dat er sterke aanwijzingen zijn dat door aanvrager afgelegde bekennende verklaringen vals zijn. HR geeft juridisch kader weer m.b.t. buitengewoon rechtsmiddel van herziening. Voorts herhaalt HR relevante overwegingen uit HR:2016:736 m.b.t. eisen die gelden indien aanvraag zich beroept op nieuw deskundigenbericht. Bij aanvraag gevoegde verklaring van getuige is op zichzelf genomen van onvoldoende gewicht om te kunnen gelden als een gegeven ex art. 457.1.c Sv. I.h.b. bevindingen van deskundige geven grond aan stelling waarop aanvraag steunt, te weten dat zodanige ernstige twijfel bestaat over geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van bekentenissen die aanvrager aanvankelijk heeft afgelegd, dat hof (als het daarmee bekend was geweest) die bekentenissen niet voor bewijs zou hebben gebruikt en, gelet op het ontbreken van andere voor betrokkenheid van aanvrager redengevende f&o in ’s hofs bewijsvoering, aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem tlgd. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op HR:2011:BQ0170 (eerdere herzieningsaanvraag) en HR:1996:2 (strafzaak).
De uitspraak op rechtspraak.nl