HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:627
Herziening Arnhemse Villamoord in 1998. Novum in de vorm van de intrekking van de (bekennende) verklaring van aanvrager. HR zet juridisch kader uiteen en herhaalt relevante overweging uit HR:2008:BG2858 dat aanvrager aannemelijk moet maken dat en waarom hij terugkomt op zijn eerder afgelegde verklaringen. De bij de aanvraag overgelegde verklaringen wekken niet het voor het buitengewone rechtsmiddel van herziening vereiste ernstige vermoeden a.b.i. art. 457.1 aanhef sub c Sv. Daaruit volgt dat de aanvraag ongegrond is en o.g.v. art. 470 Sv moet worden afgewezen. Samenhang met 7 andere herzieningen.
De uitspraak op rechtspraak.nl