HR 13 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:570

Aanwezig hebben van heroïne en cocaïne (art. 2.C. jo. 10.3 Opiumwet), vernielen van een wasbak (art. 350 Sr) en wederspannigheid (art. 181 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 2 maanden), verwijzing naar niet tenlastegelegde feiten. Kon hof bij strafoplegging betrekken dat verdachte eerder is veroordeeld voor wederspannigheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM9968 m.b.t. voorwaarden waaronder bij strafoplegging rekening kan worden gehouden met niet tlgd. feit. In ’s hofs overweging dat “verdachte reeds eerder is veroordeeld voor wederspannigheid. Desondanks heeft verdachte zich opnieuw aan een soortgelijk misdrijf schuldig gemaakt” komt tot uitdrukking dat hof i.h.b. gewicht heeft toegekend aan omstandigheid dat verdachte niettegenstaande eerdere veroordeling voor wederspannigheid zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan zo’n strafbaar feit. Deze veroordeling was echter nog niet onherroepelijk ten tijde van begaan van vermelde wederspannigheid waarop strafoplegging betrekking heeft. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken