HR 13 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:566
Medeplegen nachtelijke woninginbraak (art. 311.1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 maanden), verwijzing naar niet tenlastegelegde feiten. Kon hof bij strafoplegging betrekken dat verdachte het bij herhaling voor elkaar krijgt op deze manier bij justitie in beeld te geraken? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM9968 en ECLI:NL:HR:2017:2391 m.b.t. voorwaarden waaronder bij strafoplegging rekening kan worden gehouden met niet tlgd. feit. Hof heeft in strafmotivering als relevante omstandigheid benoemd “dat verdachte het bij herhaling voor elkaar krijgt (...) bij justitie in beeld te geraken”. Daarbij heeft hof acht geslagen op eerdere onherroepelijke veroordelingen en daarnaast in aanmerking genomen dat verdachte “inmiddels opnieuw bij justitie in beeld [is] wegens (mogelijke) betrokkenheid bij soortgelijke delicten”. Hof heeft daarmee feiten in strafmotivering betrokken waarvoor verdachte op het moment waarop hof arrest wees, niet onherroepelijk was veroordeeld. Strafmotivering voldoet in zoverre niet aan eisen die daaraan worden gesteld. Dat hoeft echter niet tot cassatie te leiden. Hof heeft immers tevens overwogen dat het “deze nieuwe verdenkingen op zichzelf niet in strafverzwarende zin” laat meewerken. Daarin ligt als ’s hofs niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat eerdere onherroepelijke veroordelingen zelfstandig aanleiding geven tot strafverzwaring. Volgt verwerping. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl