HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:321
Medeplegen gewoontewitwassen van gelden verkregen uit illegaal tewerkstellen van Poolse en Hongaarse werknemers in Duitsland (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr). 1. Had hof kwalificatie-uitsluitingsgrond t.a.v. uit eigen misdrijf verkregen voorwerpen moeten toepassen? 2. Vormt eenvoudig witwassen specialis a.b.i. art. 55.2 Sr t.o.v. gewoon witwassen? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:2842 en ECLI:NL:HR:2014:2913. Gelet op wat is vooropgesteld en in aanmerking genomen wat hof over toedracht van bewezenverklaarde heeft vastgesteld, geeft ‘s hofs oordeel dat dit feit kan worden gekwalificeerd als (medeplegen van gewoonte maken van) ‘witwassen’, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:2842. Uit deze rechtspraak volgt dat de kwalificatie door rechter van bewezenverklaard verwerven of voorhanden hebben van onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen voorwerp als ‘(schuld)witwassen’ dan wel ‘eenvoudig (schuld)witwassen’ uitsluitend wordt bepaald door antwoord op vraag of sprake is geweest van gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben van voorwerp en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van criminele herkomst daarvan gericht karakter heeft. Dat betekent dat zich hier niet het in art. 55.2 Sr bedoelde geval voor kan doen waarin voor feit dat in een algemene strafbepaling valt een bijzondere strafbepaling bestaat. Volgt verwerping. Samenhang met 19/00528 P (ontnemingszaak tegen verdachte) en 6 andere zaken.
De uitspraak op rechtspraak.nl