HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:260

Feitelijk leiding geven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69 AWR. Kon hof bij strafoplegging rekening houden met onjuiste belastingaangiften die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:896 m.b.t. betrekken van niet tlgd. feit bij de strafoplegging. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat (naast 5 bewezenverklaarde onjuiste belastingaangiften) 39 aangiften waarop de bewezenverklaring geen betrekking had kunnen worden beschouwd als omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en dat daardoor uit die andere aangiften het grootschalige karakter van de bewezenverklaarde fiscale delicten blijkt. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit het p-v ttz. niet blijkt dat aannemelijk is geworden dat die niet tlgd. gedane aangiften (opzettelijk) onjuist waren gedaan en evenmin dat verdachte aan het (opzettelijk) doen van die aangiften feitelijk leiding had gegeven. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken