HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1929

Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Geen afschrift van oproeping in hoger beroep verzonden aan raadsvrouw van verdachte, art. 48 Sv. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij de stukken bevindt zich een aanhoudingsverzoek aan strafgriffie hof, waarin raadsvrouw bericht dat zij zich heeft gesteld als raadsvrouw namens verdachte. Volgens p-v van tz. in h.b. was raadsvrouw verdachte niet aanwezig en heeft hof reeds voorafgaand aan tz. op verzoek en in overleg met verdediging beslist dat zaak wordt aangehouden tot een latere datum. Afschrift van die oproeping in h.b. is voorafgaand aan tz. aan raadsvrouw gezonden. I.v.m. toen geldende COVID-maatregelen heeft tz. geen doorgang gevonden. Bij de stukken bevindt zich oproeping in h.b. voor tz. van nog latere datum. Noch uit mededelingen gesteld op dubbel van oproeping in h.b. noch uit enig ander stuk dat aan HR is toegezonden, kan blijken dat afschrift van die oproeping aan raadsvrouw is gezonden. Volgens p-v van tz. in h.b. is daar noch verdachte noch diens raadsvrouw verschenen. Uit wat hiervoor is vermeld vloeit ernstig vermoeden voort dat t.a.v. oproeping in h.b. voorschrift van art. 48 Sv niet is nageleefd. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen