HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1708
Moord door in 2013 in Rotterdam met vuurwapen kogels in hoofd en lichaam van zijn zakenpartner en vriend te schieten, nadat hij heeft ontdekt dat zijn vrouw een heimelijke relatie heeft met slachtoffer, art. 289 Sr. 1. Bewijsklachten. 2. Duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f.5 en 88 Sr. Kon hof totale duur van gijzeling op 365 dagen bepalen? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. HR: Op redenen vermeld in CAG geldt dat, als duur gijzeling meer dan 360 dagen bedraagt, deze duur moet worden bepaald op een jaar en dat in dit verband onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan. CAG: Met ingang van 1 januari 2020 kende art. 88 Sr een definitie van een jaar, namelijk een tijd van 12 maanden. Bedoeling om deze definitie tevens in Sv te volgen is niet gerealiseerd. Omdat het onwenselijk is dat een jaar in Sr een andere duur heeft dan in Sv is met ingang van 25 juli 2020 de wijziging van art. 88 Sr weer (tijdelijk) teruggedraaid. Bestreden arrest is gewezen tussen 1 januari 2020 en 25 juli 2020, dus in periode dat art. 88 Sr wel een definitie van een jaar gaf, te weten 12 maanden (van elk 30 dagen). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van ten hoogste 1 jaar kan worden toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl