HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1627

Opzettelijk gebruik maken van vals Italiaans rijbewijs, door hof gekwalificeerd als opzettelijk gebruik maken van vals geschrift a.b.i. art. 225.1 Sr als ware het echt en onvervalst (art. 225.2 Sr). 1. Art. 225 Sr of art. 231 Sr van toepassing? Is een rijbewijs uit een andere EU-lidstaat een identiteitsbewijs a.b.i. art. 231 Sr als de houder niet in Nederland woont? 2. Is art. 231 Sr t.o.v. art. 225 Sr een specialis i.d.z.v. art. 55.2 Sr? Ad 1. Volgens de wetsgeschiedenis bij art. 231 Sr - waarin onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds wettelijk erkende identiteitsbewijzen, zoals rijbewijzen, en anderzijds niet-erkende identiteitsbewijzen, zoals bibliotheekkaarten en universiteitspassen - is met de in art. 231.1 Sr gebruikte bewoordingen ‘a.b.i. art. 1 Wet op de identificatieplicht’ beoogd om niet-erkende identiteitsbewijzen uit te sluiten van de reikwijdte van art. 231 Sr. Die bedoeling brengt niet mee dat art. 231 Sr alleen toepasbaar is als de houder van een door een andere EU-lidstaat afgegeven rijbewijs woonachtig is in Nederland. Ook verder is er geen grond die eis te stellen. Oordeel hof dat het Italiaanse rijbewijs niet kan worden aangemerkt als identiteitsbewijs a.b.i. art. 231 Sr omdat verdachte t.t.v. het tlgd. niet in Nederland woonachtig was, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. I.h.l.v. de wetsgeschiedenis moet art. 231 Sr t.o.v. art. 225 Sr worden aangemerkt als bijzondere strafbepaling i.d.z.v. art. 55.2 Sr. Gegronde klacht dat hof ten onrechte toepassing heeft gegeven aan art. 225 Sr leidt niet tot cassatie omdat bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd onder art. 231.2 Sr en die bepaling hetzelfde strafmaximum kent als art. 225.2 Sr. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen