HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1560

Medeplichtigheid aan opzettelijk telen van hennep door pand ter beschikking te stellen, art. 3.B Opiumwet en 48 Sr. Bewijsklacht medeplichtigheid. Kan opzet op medeplichtigheid hennepteelt uit bewijsvoering worden afgeleid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2001:AD4372, inhoudende dat niet alleen moet worden bewezen dat verdachtes opzet was gericht op verschaffen van gelegenheid a.b.i. art. 48..2 Sr maar ook dat verdachtes (voorwaardelijk) opzet was gericht op desbetreffend misdrijf. Hof heeft zijn oordeel over opzet op omstandigheid dat hennep in de loods zou worden geteeld niet toereikend gemotiveerd, i.h.b. nu hof in bewijsvoering betekenis heeft toegekend aan verhaal van andere man over zijn illegale activiteiten m.b.t. namaakkleding maar hof daarbij in het midden heeft gelaten of dat verhaal voor verdachte ongeloofwaardig was of op enig moment in bewezenverklaarde periode zijn betekenis heeft verloren. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op HR:2019:1855.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken