HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1497

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking overtreding Wegenverkeerswet 1994. Schriftelijke afdoening klaagschrift zonder openbare behandeling i.v.m. COVID-19 (corona). O.g.v. art. 23.2 Sv moeten door de raadkamer het OM, de verdachte en andere procesdeelnemers worden gehoord, althans hiertoe worden opgeroepen, tenzij anders voorgeschreven. O.g.v. art. 552a.7 Sv dient klaagschrift tijdens openbare raadkamerzitting te worden behandeld. Uit beschikking van de Rb volgt dat geen openbare raadkamerzitting heeft plaatsgehad. Dit verzuim leidt echter niet tot cassatie. Uit correspondentie volgt dat de door de griffier van de Rb aan de raadsman voorgestelde “schriftelijke afdoening” van het klaagschrift verband houdt met uitbraak van de epidemie van COVID-19 en in dat verband door Rb getroffen maatregelen. Tegen die achtergrond heeft de raadsman in zijn schriftelijke reactie ingestemd met in deze zaak gevolgde behandelingswijze van het klaagschrift. Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat de schriftuur geen toelichting bevat m.b.t. het belang van klager bij cassatie en ook overigens niet is gebleken van een dergelijk belang, is klacht dat het klaagschrift niet op een openbare raadkamerzitting is behandeld tevergeefs voorgesteld. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen