HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1420
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Verzoek verhuurder tot faillietverklaring huurder. Betaling door een derde? Grenzen van de rechtsstrijd; motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03756
Datum 1 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: F.W.E. Eijsvogels,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J. de Jong van Lier.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 252608 FT RK 20.466 van de rechtbank Overijssel van 2 oktober 2020;
het arrest in de zaak 200.284.183 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 november 2020.
[verzoeker] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 1 oktober 2021.