HR 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1411
Beklag, beslag ex art 94a Sv op geldbedrag (€ 227.270) dat in woning van klager is aangetroffen maar onder ander in beslag is genomen t.z.v. verdenking van overtreding van Opiumwet (strafzaak in België). Dient klager als eigenaar van geldbedrag te worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2144 m.b.t. te hanteren maatstaf indien ex art. 94a Sv beslag rust op inbeslaggenomen voorwerp en een derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. Opvatting dat Rb had moeten uitgaan van presumptie dat klager eigenaar was van geldbedrag omdat hij daarvan het bezit had, vindt geen steun in het recht. Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep en ontvankelijkheid hernieuwd beklag. Samenhang met 19/04788 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl