HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1408

Erfvredebreuk door als eigenaar van camping in Rijsbergen door gemeente opgelegd toegangsverbod te overtreden, art. 138.1 Sr. Is sprake van “wederrechtelijk” vertoeven a.b.i. art. 138.1 Sr? Art. 13b Woningwet. Art. 5:1 BW. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1951:67 m.b.t. wederrechtelijk vertoeven in de zin van art. 138.1 Sr. Gemeente heeft o.g.v. art. 13b.2 Woningwet het beheer van de camping overgenomen van verdachte en heeft later bij brief aan verdachte meegedeeld dat hem door gemeente “op grond van haar privaatrechtelijke bevoegdheid als beheerder” toegang is ontzegd tot percelen waarop camping is gevestigd. Toen verdachte daarna het terrein van die camping betrad, is verschillende keren namens gemeente een tot hem gerichte vordering gedaan het terrein te verlaten, aan welke vordering hij geen gehoor heeft gegeven. ‘s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte ”wederrechtelijk” op terrein van camping heeft vertoefd, geeft gelet op wettelijk kader niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat verdachte (middellijk) eigenaar was van de camping. Volgt verwerping. Samenhang met 20/02723.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken