HR 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1338

Art. 81 lid 1 RO. Totstandkoming overeenkomst. Gerechtvaardigd vertrouwen. Passeren bewijsaanbod.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02310
Datum 24 september 2021
ARREST
In de zaak van
A&E CONSULTING,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: A&E,
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
DE REPUBLIEK COLOMBIA,
zetelende te Bogota, Colombia,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Republiek,
advocaat: R.T. Wiegerink.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

de vonnissen in de zaak C/10/511015/HA ZA 16-956 van de rechtbank Rotterdam van 22 maart 2017 en 11 oktober 2017;
het arrest in de zaak 200.236.206/02 van het gerechtshof Den Haag van 28 april 2020.

A&E heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Republiek heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Republiek toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;
veroordeelt A&E in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Republiek begroot op € 2.830,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien A&E deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken