HR 14 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1254
Ontucht met aan zorg toevertrouwde minderjarige door als groepsleider in inrichting seksuele handelingen te verrichten met 16-jarig meisje, art. 249 Sr. Post-Keskin. Afwijzing van bij (tardieve) appelschriftuur gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op latere tz. in h.b. herhaald getuigenverzoek (2 personen), omdat noodzaak niet is gebleken. 1. Afwijzing in arrest toereikend gemotiveerd? 2. Gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs. Schending ondervragingsrecht? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 (post-Keskin) m.b.t. beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door feitenrechter in situatie dat verzoek betrekking heeft op getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al (in vooronderzoek of anderszins) verklaring heeft afgelegd met belastende strekking. ’s Hofs oordeel dat noodzaak tot horen van getuigen niet is gebleken, is niet z.m. begrijpelijk, omdat aan deze verzoeken ten grondslag is gelegd dat betreffende getuigen t.a.v. verdachte belastende verklaringen hebben afgelegd (die inhouden dat zij van aangeefster hebben gehoord dat verdachte seks met haar heeft gehad), Rb evenals hof deze getuigenverklaringen heeft gebruikt voor bewijs, verdachte die gedragingen met aangeefster heeft betwist en verdachte niet in de gelegenheid is gesteld om ondervragingsrecht m.b.t. die getuigen uit te oefenen. Ad 2. Hof heeft niet ervan blijk gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces. Dat hof bij afwijzing van verzoeken heeft overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat verklaringen van getuigen over wat zij zelf hebben waargenomen onjuist of onbetrouwbaar zouden zijn en dat het tot uitdrukking heeft gebracht dat bewezenverklaring niet in beslissende mate is aangenomen op grond van ‘de auditu’ verklaringen (waarmee hof kennelijk het oog heeft op die verklaringen van personen die niet berusten op eigen waarneming van seksuele contacten tussen aangeefster en verdachte) volstaat daarvoor niet. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl