HR 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:978

Faillissementsfraude door als feitelijk bestuurder van gefailleerde rechtspersoon niet alles in het werk te stellen wat van hem kon en mocht worden gevergd om administratie in ongeschonden staat tevoorschijn te brengen, art. 342.3 (oud) Sr. Bewijsklacht. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat het aan verdachte “te wijten is” dat administratieve bescheiden niet in ongeschonden staat tevoorschijn zijn gebracht? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/04429.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen