HR 21 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:78
Gevaar op de weg kunnen veroorzaken en/of verkeer op de weg kunnen hinderen door met hoge snelheid op een crossmotor op een bospad te rijden, terwijl dat bospad gesloten is voor motorrijtuigen, art. 5 WVW 1994 en zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich met een crossmotor bevinden op een bosweg, zijnde grond toebehorende aan een ander, van welke grond de toegang op een voor verdachte blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, art. 461 Sr. 1. Bewezenverklaarde overtreding van art. 5 WVW 1994 toereikend gemotiveerd? 2. Toereikend gemotiveerd dat verdachte zich, zonder daartoe gerechtigd te zijn, op eens ander grond waarvan de toegang “op een voor hem blijkbare wijze” door de rechthebbende was verboden, heeft bevonden? Ad 1. Hof heeft geoordeeld dat verdachte als bestuurder van een crossmotor met hoge snelheid heeft gereden op een bospad waar het openbaar verkeer was beperkt tot wandelaars en fietsers. Opvatting dat e.e.a. niet toereikend is voor de bewezenverklaring van overtreding van art. 5 WVW 1994, maar dat voorts is vereist dat medeweggebruikers door het rijgedrag van verdachte concreet gevaar of hinder moeten hebben ondervonden en/of dat dat gevaar of die hinder zich in het verleden regelmatig heeft verwezenlijkt, vindt geen steun in het recht. Ad 2. De tll. is toegesneden op art. 461 Sr. Hof heeft vastgesteld dat d.m.v. 2 soorten borden die op verschillende plaatsen aan de rand van het bosgebied en bij toegangswegen tot het bosgebied waren geplaatst, duidelijk is gemaakt dat het niet is toegestaan zich met een motorrijtuig in het gebied te begeven en dat verdachte in het bosperceel is gekomen door gebruik te maken van een beek en daardoor de borden heeft gemist die hem wezen op de verbodsbepaling. Opvatting dat voor een bewezenverklaring t.z.v. art. 461 Sr, een overtreding, is vereist dat verdachte opzettelijk een hem bekend toegangsverbod overtreedt, vindt geen steun in het recht. Oordeel Hof dat de toegang aan verdachte op een voor hem blijkbare wijze a.b.i. art. 461 Sr is verboden, is niet onbegrijpelijk. De enkele omstandigheid dat verdachte de verbodsaanduidingen niet heeft gezien, doet daaraan niet af. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. bewijsklacht overtreding art. 461 Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl