HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:756

Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kernroljurisprudentie. Verzoek tot terugwijzing zaak naar Rb, nadat raadsman wegens uitloop andere zitting te laat is verschenen voor tz. in e.a. en Pr verzoek tot uitstel of aanhouding heeft afgewezen, art. 423.1 en 423.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1996:ZD0442 m.b.t. vraag in welke gevallen hof zaak dient terug te wijzen naar Rb. Hof heeft verzoek van raadsman tot terugwijzing van zaak naar Rb afgewezen op de grond dat geen sprake is van een geval a.b.i. art. 423.2 Sv en ook niet van een geval dat daarmee gelijk dient te worden gesteld. Gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, getuigt dat oordeel niet van onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel toereikend gemotiveerd. Daarbij is niet van belang of in e.a. door verdediging gedaan verzoek tot uitstel of aanhouding van behandeling van zaak op toereikende gronden is afgewezen, nu uitgangspunt is dat vormverzuimen die zijn begaan gedurende behandeling van zaak in e.a. bij voortbouwend appel doorgaans door behandeling in appel zijn hersteld. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken