HR 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:660

Beklag, beslag ex art. 94 Sv onder klager op personenauto en geldbedragen t.z.v. verdenking betrokkenheid bij productie synthetische drugs. Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard op de grond dat R-C te zijner tijd machtiging zal verlenen tot omzetting van ex art. 94 Sv gelegd beslag in art. beslag ex art. 94a Sv. Verzet belang van strafvordering zich tegen teruggave aan klager? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf of belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave indien beslagene zich beklaagt over voortduring beslag ex art. 94 Sv. Rb heeft geoordeeld dat belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan klager omdat inbeslagneming “nog steeds noodzakelijk is ter bereiking van het door hem beoogde strafvorderlijk doel, namelijk het veiligstellen van vermogen vooruitlopend op een door RC met het oog op de tul van een door de rechter te zijner tijd op te leggen ontnemingsmaatregel, te verlenen machtiging a.b.i. art. 103 Sv.” Dit oordeel is onjuist, omdat deze omstandigheid niet een belang van strafvordering in de zin van art. 94 Sv betreft (vgl. ECLI:NL:HR:2015:3711). Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken