HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:580
Omkopingsaffaire bij BV, waarbij door toedoen van medeverdachten bij BV netwerk van personen ontstaat die ‘kickbacks’ betalen voor hun aanstelling en deze ook ontvangen als ze andere personen aandragen. Voorhanden hebben valse facturen m.b.t. afdracht van ‘fees’ (art. 225.2 Sr), opmaken van valse facturen m.b.t. ontvangen van ‘fees’ (art. 225.1 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), begaan door rechtspersoon. 1. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Motivering valsheid en valselijk opmaken van facturen. 2. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Motivering wetenschap verdachte dat facturen bestemd waren voor gebruik als echt en onvervalst en oogmerk om deze als zodanig te gebruiken. 3. Kwalificatieklacht t.a.v. art. 225.2 Sr. 4. Bewijsklachten deelneming criminele organisatie. 5. Strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/03558, 18/04339, 18/04341, 18/04342 P, 18/04344, 18/04345 P, 18/04967, 18/04968, 18/04971 P en 18/04974.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04972
Datum 21 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2018, nummer 21/003105-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.
Aangehaalde artikelen
Verbonden uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5372
- Conclusie A-G Bleichrodt 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:401
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:571
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:577
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:579
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:573
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:578
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:575
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:572
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:574
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:576
- HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:581