HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:554

Herziening. Veroordelingen t.z.v. snelheidsovertredingen, art. 62 jo bord A1 RVV 1990. Aangevoerd wordt dat op de antwoordformulieren aan het CJIB waarop aanvrager telkens wordt aangemerkt als bestuurder van de auto’s t.t.v. de bewezenverklaarde snelheidsovertredingen, handtekeningen staan als zijnde van de bestuurder die daarop niet zijn geplaatst door aanvrager, en dat aanvrager zich t.t.v. de op 26 april 2013 en 27 oktober 2013 gepleegde snelheidsovertreding niet in Nederland, maar in Spanje bevond. HR: Op in CAG vermelde gronden is aanvraag gegrond. CAG: AG constateert verschillen tussen enerzijds de handtekeningen op de antwoordformulieren en anderzijds die op door aanvrager overgelegde stukken. Tevens heeft aanvrager een door drie personen ondertekende schriftelijke verklaring overgelegd die inhoudt dat hij vanaf 26 april 2013 tot 27 oktober 2013 in Spanje verbleef. Deze gronden zijn in onderling verband en samenhang toereikend voor de conclusie dat er sprake is van gegevens die bij het onderzoek op de ttz. aan de rechter niet bekend waren en die op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraken niet bestaanbaar schijnen. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen