HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:542

Medeplegen poging tot moord door op klaarlichte dag in een woonwijk te Diemen met aanvalsgeweren 34 kogels op slachtoffer af te vuren (art. 289 Sr), voorhanden hebben wapens en munitie (art. 26.1 WWM), opzetheling van bromfietskentekenplaat (art. 416 Sr) en witwassen (art. 420bis Sr). Verschillende middelen, o.m. over afwijzing verzoek tot het horen van (rechtmatigheids)getuigen, de vraag of de uitzondering a.b.i. art. 2.1.II onder 7 WWM een bestanddeel van de delictsomschrijving is en derhalve tlgd. en bewezenverklaard moet worden en de vraag of uit de b.m. kan worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van bromfietskentekenplaat wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/05481, 18/05474 en 18/05469.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen