HR 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:490
Medeplegen poging tot diefstal d.m.v. braak in woning, art. 311.1 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 maanden), art. 359.6 Sv. Voldaan aan art. 359.6 Sv door te overwegen dat uit JD blijkt dat verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor plegen van soortgelijke strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden onderhavig feit te plegen? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft met verwijzing naar niet tlgd. feiten bij strafoplegging i.h.b. gewicht toegekend aan omstandigheid dat verdachte zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan zo’n strafbaar feit ondanks zijn eerdere (onherroepelijke) veroordelingen. Dat staat rechter slechts vrij indien veroordeling t.z.v. zo’n niet tlgd. feit reeds onherroepelijk was t.t.v. begaan van feit waarop strafoplegging betrekking heeft. Géén van de in JD opgenomen veroordelingen van verdachte wegens misdrijven voldoet aan die voorwaarde. ’s Hofs overweging dat eerdere onherroepelijke veroordelingen verdachte niet ervan hebben weerhouden onderhavig feit te begaan, is derhalve niet z.m. begrijpelijk. Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafoplegging) en terugwijzing.