HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:453

Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Verplichting tot teruggave van ingehouden rijbewijs, art. 164.6 WVW 1994. Verweer dat art. 164.6 WVW 1994 is geschonden en OM n-o moet worden verklaard in vervolging. Betekenis art. 164.6 WVW 1994 v.zv. dat inhoudt dat OvJ ingevorderd rijbewijs moet teruggeven “indien ernstig rekening moet worden gehouden met mogelijkheid dat aan houder i.g.v. veroordeling door rechter dan wel uitvaardiging van strafbeschikking geen onvoorwaardelijke ontzegging zal worden opgelegd van langere duur dan tijd gedurende welke bewijzen zijn ingevorderd of ingehouden geweest”? Als rechtsmiddel is ingesteld tegen beslissing waarbij aan verdachte bevoegdheid tot besturen van motorrijtuigen is ontzegd, dient OvJ rijbewijs terug te geven als onvoorwaardelijk gedeelte van die ontzegging korter is dan - of zodra het gelijk wordt aan - periode die rijbewijs ingevorderd of ingehouden is geweest. Cassatiemiddelen over ‘s hofs andersluidende oordeel zijn terecht voorgesteld. Geen cassatie omdat cassatiemiddelen miskennen dat aan verweer ten grondslag gelegde niet kan leiden tot oordeel dat OM n-o is in vervolging. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen