HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:437
N-o in h.b. op de grond dat h.b. is ingetrokken. Ingesteld h.b. duidelijk en ondubbelzinnig ingetrokken ex art. 453.1 Sv? Verdachte heeft griffie Rb per brief laten weten “(…) dat wij afstand doen van de inbeslaggenomen auto, (…). Deze was in hoger beroep, maar ook hoger beroep trek ik hierbij in”. O.g.v. art. 453.1 Sv brengt intrekking van h.b. mee afstand van bevoegdheid dit rechtsmiddel opnieuw aan te wenden. Dit heeft tot gevolg dat betreffend vonnis onherroepelijk wordt en niet meer kan worden aangetast. Een en ander brengt met zich dat alleen duidelijke en ondubbelzinnige intrekking als rechtsgeldige intrekking kan gelden. Het is de in beroep oordelende rechter die beslist over vraag of van rechtsgeldige intrekking sprake is. ’s hofs kennelijke oordeel dat inhoud van de brief als duidelijke en ondubbelzinnige intrekking kan gelden, is - mede gelet op hetgeen door en namens verdachte ttz. in h.b. is aangevoerd - niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl