HR 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:378
Mishandeling (art. 300 Sr). Aanhoudingsverzoek niet gemachtigd raadsman op de grond dat verdachte mogelijk geen weet heeft van zitting. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934 m.b.t. aanhoudingsverzoeken wegens verhindering van verdachte of zijn raadsman bij de behandeling van de zaak ttz. aanwezig te zijn en uit ECLI:NL:HR:2019:1142 m.b.t. beoordeling van een aanhoudingsverzoek in een situatie die hierdoor wordt gekenmerkt dat raadsman op de tz. aangeeft dat hij niet weet waarom verdachte niet is verschenen en dat hij het mogelijk acht dat verdachte geen weet heeft van de zitting en om die reden een aanhoudingsverzoek doet. I.c. heeft hof het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ttz. omdat verdachte mogelijk geen weet heeft van de zitting, afgewezen op de grond dat verdachte weet dat zijn zaak in h.b. loopt en mag worden geacht zich bereikbaar te houden voor zijn raadsman. Nu hof niet heeft vastgesteld dat de oproeping in h.b. aan verdachte i.p. is uitgereikt of dat verdachte anderszins op de hoogte is geraakt van de datum van de zitting, had hof een afweging dienen te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ttz. betrokken belangen. Het uitsluitend benoemen van de factor dat een verdachte die weet dat zijn zaak in h.b. loopt mag worden geacht zich bereikbaar te houden voor zijn raadsman, volstaat daartoe niet. Hof heeft daarom de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ttz. ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl