HR 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:285
Medeplegen poging doodslag (art. 287 Sr), medeplegen zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en voorhanden hebben van (semi) automatisch pistool en munitie (art. 26.1 WWM) door vanuit Frankrijk naar Nederland te komen om ripdeal te plegen. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM, nu voor verdachte in strijd met art. 14.5 IVBPR niet mogelijkheid van nieuwe feitelijke behandeling van zaak voor hogere rechter openstaat i.g.v. veroordeling in h.b. na vrijspraak in e.a. In een geval als het onderhavige voorziet art. 427.1 Sv in mogelijkheid van instellen van beroep in cassatie tegen uitspraak Hof waarbij verdachte is veroordeeld. In cassatie beoordeelt HR, o.b.v. tegen bestreden uitspraak ingediende klachten en o.g.v. alle voor beoordeling relevante stukken van het geding, of bestreden uitspraak dient te worden vernietigd wegens schending van het recht of verzuim van vormen. Daaronder zijn begrepen wettelijke bewijsregels, o.m. die inzake bewijsmotivering. Omstandigheid dat Hof tot veroordeling is gekomen t.z.v. feit waarvan verdachte in e.a. is vrijgesproken, kan onder omstandigheden van belang zijn voor aan bewijsmotivering te stellen eisen, waarvan naleving in cassatie kan worden getoetst. Indien HR oordeelt dat bewijsvoering niet toereikend is, leidt dat - tenzij verdachte daarbij geen belang heeft dan wel HR zelf in zaak kan voorzien - tot vernietiging van bestreden uitspraak en nieuwe behandeling van zaak door gerechtshof (vgl. ECLI:NL:HR:2019:1732). Art. 14.5 IVBPR staat aan dit cassatiestelsel, waarin beoordeling door HR mede betrekking heeft op bewijsvoering van Hof, niet in de weg (vgl. uitleg die VN-Mensenrechtencomité aan die verdragsbepaling geeft alsmede m.b.t. vergelijkbare wijze van toetsing in cassatie zienswijze van VN-Mensenrechtencomité, 2437/2014). Gelet op voorgaande heeft Hof verweer van raadsman dan ook terecht verworpen, wat er ook zij van wat Hof aan die verwerping ten grondslag heeft gelegd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl