HR 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:275
Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr). 1. Beslist op uos dat resultaten van in Duitsland uitgevoerde dactyloscopische onderzoeken niet betrouwbaar zijn en niet voor bewijs kunnen worden gebruikt? Art. 359.2 Sv. 2. Voldoet opgelegde straf aan art. 14a (oud) Sr? Ad 1. Gelet op inhoud b.m. ligt in bestreden uitspraak als ’s Hofs vaststelling besloten dat 2 in Duitsland uitgevoerde dactyloscopische onderzoeken beide zijn verricht volgens BKA-aanbevelingen voor deskundigen van dactyloscopie waarbij resultaat daarvan om redenen van kwaliteitswaarborging aan interne controle werd onderworpen, dat bij beide onderzoeken overeenstemming in algemeen verloop van papillairlijnen en in vorm en positie van anatomische kenmerken t.o.v. elkaar werd geconstateerd en dat op grond daarvan in beide gevallen zonder twijfel vaststond dat onderzochte sporen door verdachte werden veroorzaakt. Hof was o.g.v. voor bewijs gehanteerde rapporten kennelijk van oordeel dat resultaten van in Duitsland uitgevoerde dactyloscopische onderzoeken gebaseerd waren op voldoende materiaal en, gelet op omstandigheid dat die onderzoeken zijn uitgevoerd volgens BKA-aanbevelingen, kennelijk betrouwbaar waren en voor bewijs konden worden gebruikt. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd, ook in het licht van door raadsman aangevoerde. Ad 2. Hof heeft verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren. Deze strafoplegging is in strijd met i.c. toepasselijk art. 14a (oud) Sr. Volgt partiële vernietiging (wat betreft strafoplegging) en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. uos. Samenhang met 19/01072 P.
De uitspraak op rechtspraak.nl