HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2028
Diefstal, art. 310 Sr. ISD-maatregel, art. 38m.1 Sr. Is voldaan aan wettelijke voorwaarde van art. 38m.1.2 Sr, nu van 1 van de 3 eerdere veroordelingen alleen onvoorwaardelijk gedeelte van opgelegde straf ten uitvoer is gelegd? O.g.v. art. 38m.1.2 Sr is voor oplegging van ISD-maatregel o.m. vereist dat feit is begaan nadat van 3 veroordelingen de in art. 38m.1 Sr bedoelde straffen of maatregelen “geheel” ten uitvoer zijn gelegd. Indien aan deze voorwaarde is voldaan, staat aan oplegging van maatregel niet in de weg dat t.t.v. berechting sprake was van nog openstaande straf voor andere feiten (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AY8975). Deze eis van gehele tenuitvoerlegging van 3 veroordelingen strekt zich ook uit tot voorwaardelijk gedeelte van gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegde straf. Omstandigheid dat voorafgaand aan feit waarvoor ISD-maatregel wordt opgelegd last tot tul is gegeven van voorwaardelijk gedeelte van die straf, brengt niet mee dat sprake is van gehele tul van veroordeling als hiervoor bedoeld. Uit ’s hofs motivering van oplegging ISD-maatregel blijkt dat hof o.g.v. uittreksel uit justitiële documentatie heeft vastgesteld dat verdachte in 5 jaren voorafgaand aan bewezenverklaarde feit 3 maal wegens misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraf en dat t.a.v. 1 van die veroordelingen alleen onvoorwaardelijk gedeelte van opgelegde straf geheel ten uitvoer is gelegd voorafgaand aan bewezenverklaarde feit. ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat is voldaan aan wettelijke voorwaarde van art. 38m.1.2 Sr getuigt van onjuiste rechtsopvatting. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl