HR 4 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:190

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal met braak, art. 311.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan op de grond dat hij verdachte niet kan bereiken door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat formeel gezien geen sprake is van aanhoudingsverzoek. Heeft Hof verzuimd uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen op aanhoudingsverzoek? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934, inhoudende dat aanhoudingsverzoek kan worden gedaan door niet gemachtigde raadsman (met het oog op effectuering aanwezigheidsrecht verdachte of t.b.v. alsnog verkrijgen machtiging), dat voorlopig oordeel omtrent verzoek kenbaar kan worden gemaakt wanneer verzoek vóór tz. wordt gedaan maar dat uiteindelijke beslissing op tz. dient te worden genomen en in p-v van tz. dient te worden vastgelegd. Hof heeft met overweging “dat formeel gezien geen sprake is van een aanhoudingsverzoek” kennelijk als oordeel tot uitdrukking gebracht dat vóór tz., door niet gemachtigde raadsman gedaan aanhoudingsverzoek niet geldt als verzoek tot aanhouding van onderzoek ttz. waarop Hof uitdrukkelijk en gemotiveerd diende te beslissen. Dat oordeel is, gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld, onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken