HR 6 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1567
Ontucht met 7 (minderjarige) meisjes, o.a. met eigen dochter, 2 stiefdochters en een nichtje, meermalen gepleegd (art. 245, 246, 247, 248 en 249 Sr). Middel komt met meerdere klachten op tegen oordeel hof dat ten onrechte toepassing is gegeven aan art. 14b.2 Sr en motiveringsklacht m.b.t. oordeel van het hof dat er ernstig rekening moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat t.b.v. in arrest genoemde slachtoffers in arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast cfm. ECLI:NL:HR:2020:914. Daarbij moet – om de redenen die zijn genoemd in de CAG: (kortweg) een kennelijke vergissing in de rekensom door het hof – v.zv. hof de duur van die vervangende hechtenis op 135 dagen heeft bepaald, worden uitgegaan van een gijzeling voor de duur van 93 dagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl