HR 3 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1225
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Overeenkomstenrecht. Stelplicht en bewijslast. Motiveringsklachten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02844
Datum 3 juli 2020
ARREST
In de zaak van
TERMEXIM LTD.,
gevestigd te Nicosia, Cyprus,
EISERES tot cassatie,
hierna: Termexim,
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
GLENCORE AGRICULTURE B.V., voorheen genaamd Glencore Grain B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Glencore,
advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en J.W.M.K. Meijer.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/10/459226/HA ZA 14-931 van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2015, 19 augustus 2015 en 1 februari 2017;
het arrest in de zaak 200.215.935/02 van het gerechtshof Den Haag van 12 maart 2019.
Termexim heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Glencore heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Termexim in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Glencore begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Termexim deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 3 juli 2020.